Reglement
Manueel bijgehouden — Laatst nagekeken: 2026-05-03
VdA : 17/02/ KR : 23/03/ Van toepassing vanaf : 02/04/
WEDSTRIJDREGLEMENT FLYBALL
Onder auspiciën van de K.K.U.S.H.
Sectie 5 C
Inhoudsopgave
- ARTIKEL I. ALGEMEEN
- SECTIE 1.01 GELDIGHEID
- SECTIE 1.02 ALGEMEEN
- SECTIE 1.03 DEFINITIES
- SECTIE 1.04 INRICHTINGSREGLEMENT
- SECTIE 1.05 ALGEMENE BEOORDELINGSCRITERIA
- SECTIE 1.06 OPSTELLING TERREIN
- SECTIE 1.07 STARTVERGUNNINGEN EN VRIJSTELLING VAN SPRONGHOOGTE
- SECTIE 1.08 DEELNAME
- SECTIE 1.09 INSCHRIJVINGEN WEDSTRIJDEN
- SECTIE 1.10 DIVISIE-INDELING
- SECTIE 1.11 SAMENSTELLING TEAM
- SECTIE 1.12 SPRONGHOOGTE
- SECTIE 1.13 MIX TEAMS
- SECTIE 1.14 BELGISCH RECORD
- ARTIKEL II. ORGANISATIE VAN WEDSTRIJDEN
- SECTIE 2.01 TAKEN VAN DE INRICHTER
- SECTIE 2.02 TAKEN VAN DE SCHEIDSRECHTER
- SECTIE 2.03 TAKEN VAN DE LIJNRECHTERS
- SECTIE 2.04 TAKEN VAN DE BOXRECHTERS
- SECTIE 2.05 TAKEN VAN HET WEDSTRIJDSECRETARIAAT
- SECTIE 2.06 ALGEMENE WEDSTRIJDREGELS
- ARTIKEL III. SOORTEN VAN WEDSTRIJDEN
- SECTIE 3.01 ROUND ROBIN (RR)
- SECTIE 3.02 SPEED TRIAL (ST)
- SECTIE 3.03 ENKELE (SE) OF DUBBELE ELIMINATIE (DE)
- SECTIE 3.04 BEKER FORMAT
- SECTIE 3.05 AANTAL HEATS
- ARTIKEL IV. BESCHRIJVING MATERIAAL
- SECTIE 4.01 SPRONGEN……………………………………………………………………………………………………………………………………………….
- SECTIE 4.02 FLYBALLBOX (ZIE BIJLAGE 2)
- SECTIE 4.03 BALLEN
- SECTIE 4.04 TOEBEHOREN
ARTIKEL I. ALGEMEEN
SECTIE 1.01 GELDIGHEID
Deze reglementen zijn goedgekeurd door de Algemene Ledenvergadering van Sectie 5C op 05/02/2023 en de Kynologische Raad en gaan in voege vanaf .. / .. / …
SECTIE 1.02 ALGEMEEN
(a) Flyball is een discipline die als aflossingswedstrijd in teamverband gelopen wordt. Een team bestaat uit
4 combinaties hond / geleider, met eventueel twee reservecombinaties aangevuld met een coach en een
ballenlader. Per race lopen twee teams tegen elkaar, waarbij elke hond zonder hulp over vier
hindernissen dient te springen, vervolgens een bal uit de flyballbox triggert en met deze bal terugkeert
over de vier zelfde hindernissen. Bij eventuele fouten mag de hond herlopen om toch nog een geldig
resultaat te bekomen. Het team waarvan de vier honden als eerste het volledige parcours foutloos
afleggen is de winnaar van de heat.
(b) Deze discipline staat open voor honden van alle rassen en groottes en bevordert op speelse manier de
band tussen hond en geleider. Centraal staat de snelheid, de speel –en apporteerdrift van de hond, met
een duidelijk accent op het aspect veiligheid en blessurepreventie.
SECTIE 1.03 DEFINITIES
(a) Wedstrijd: Een evenement waar verenigingen en teams in competitie treden volgens op voorhand
afgesproken regels, vormen en reglementen.
(b) Dagdeel: Een wedstrijd kan verdeeld worden in verschillende dagdelen, zoals ochtend en middag,
voorronde en finales, enz. Er is een duidelijk aantal races.
(c) Race: Telkens als twee nieuwe teams tegen elkaar uitkomen, is er een nieuwe race.
(d) Heat: Elke race is samengesteld uit een aantal heats. Een heat is één sessie waarbij vier honden tegen
elkaar strijden tot dat de scheidsrechter het einde van de heat aangeeft met een fluitsignaal. Indien een
heat dient herlopen te w orden, worden deze twee heats beschouwd als één.
(e) Ring: Het terrein waarop de competitie zich afspeelt. Deze zone bevat de banen, van de backstops tot
aan de startlijn, de volledige uitloopzone en loopt tot waar de ring duidelijk afgebakend is.
(f) Uitbreektijd (UBT): Wanneer een team tijdens een heat sneller loopt dan de snelst toegelaten tijd die
geldt voor dit team en/of voor deze divisie.
(g) Netto-Uitbreektijd (NBO) : De netto tijd van de vier honden die foutloos het parcours afwerkten, zonder
wissel - of starttijden. Wanneer dit principe toegepast wordt voor de betrokken wedstrijd of dagdeel, dan
verliest het team elke heat waarbij een NBO gelopen wordt die meer dan 0.5 seconden sneller is dan de
divisie uitbreektijd.
(h) Elektronisch Jureringssysteem (EJS): Het elektronische systeem dat gebruikt wordt als hulp voor de
jurering van de wedstrijd.
(i) Multibreed : Dit is van toepassing wanneer een team dat loopt in een heat bestaat uit honden van vier
verschillende rassen, of drie verschillende rassen en één kruising. Het ras zal uitsluitend bepaald
worden volgens de officiële stamboom uitgereikt door de nationale kennelorganisatie van het land waar
de hond wettelijk verblijft. Elke hond zonder dergelijke erkende stamboom wordt aanschouwd als een
kruising.
(j) Box fixatie kader: Om de opsteltijd tussen twee races te versnellen, kan een speciale box fixatie kader
worden gebruikt. Deze kader is stevig vastgemaakt aan de grond en heeft twee haken waar de box aan
kan worden vastgemaakt. De volledige details en beschrijving in bijlage 4.
SECTIE 1.04 INRICHTINGSREGLEMENT
(a) De Flyballwedstrijden vallen onder de algemene inrichtingsreglementen van de K.K.U.S.H. op
wedstrijden en werkproeven.
(b) Alle wedstrijden dienen voor afsluiting van de wedstrijdkalender van Sectie 5 C op de kalender
geplaatst te worden. De sportkalender loopt vanaf 1 maart tot de laatste dag van februari het jaar
daaropvolgend. Nadat ze op de kalender verschenen moeten ze nog aangevraagd door de inrichtende
vereniging aan de K.M.S.H. uiterlijk twee maanden voor de inrichtingsdatum met vermeldi ng van de
gevraagde juryleden of keurmeesters.
SECTIE 1.05 ALGEMENE BEOORDELINGSCRITERIA
(a) Het hoogste jureringorgaan op elke wedstrijd zijn de officiële juryleden (JL) die door de organiserende
vereniging zijn aangesteld. Eventueel aangestelde keurmeesters flyball hebben dezelfde bevoegdheden
als de juryleden.
(b) Juryleden of keurmeesters die benoemd zijn door de keurmeesterbenoemingscommissie van de
K.K.U.S.H. of erkend zijn door een N.K.O. erkend door het F.C.I. komen in aanmerking om als jurylid
te fungeren. De JL’s dienen op het officiële aanvraagformulier van de wedstrijd vermeld te worden.
(c) De jury kan aangevuld worden door scheidsrechters en zullen bijgestaan worden door minimaal 2
lijnrechters en 2 boxrechters per ring.
(d) Elke scheidsrechter beslist autonoom over de divisie(s) waarvoor zijn bevoegdheid geldt. De
scheidsrechters nemen hun beslissingen altijd in functie van de heersende reglementen. Eventuele niet
voorziene gevallen, worden opgelost door de ambterende scheidsrechters, die het ge stelde probleem
steeds trachten op te lossen in de geest van de richtlijnen en reglementen.
(e) In geval van mogelijke sancties zal een scheidsrechter schriftelijk een beknopt verslag overmaken aan
het secretariaat van sectie 5C, eventueel medeondertekend door de fungerende juryleden.
SECTIE 1.06 OPSTELLING TERREIN
(a) De afmetingen tussen de verschillende sprongen zijn oorspronkelijk opgesteld in inches, en omgerekend
naar het metrische stelsel op 2 decimalen. Een volledige flyballbaan is van startlijn tot flyballbox 15,
meter. (zie bijlage 1)
(b) De afstand van de start tot de eerste sprong is 1,83 meter. Tussen elke sprong bedraagt de afstand 3,
meter. De afstand van de laatste sprong tot de flyballbox bedraagt 4,57 meter.
(c) Bij opstelling van een ring, dienen de beide banen exact dezelfde lengte te hebben en dienen ze
evenwijdig aan elkaar opgesteld te zijn. Tussen de beide banen in één ring bedraagt de afstand 5 meter
(met een maximale afwijking van één meter) van het ene centrum van de baan tot het andere centrum.
(d) De staat van het terrein dient dusdanig te zijn dat er geen verhoogd gevaar voor kwetsuren bestaat voor
hond of geleider. De ondergrond dient veilig en niet glijdend te zijn, en mag in geen geval op een ruw
oppervlak geschieden. Indien de ondergrond niet op gras of zand gebeurt, dient de inrichter steeds te
zorgen voor matten.
(e) Aan de voorzijde van de baan, is er een start- / uitloopzone, die minimaal 20 meter lang dient te zijn. De
afstanden vanaf de startlijn worden per meter op een veilige en duidelijke manier gemarkeerd.
(f) Achter elke flyballbox dient er een zone afgebakend te worden, met panelen van minstens 60 cm hoog,
vanaf de boxlijn tot minimaal 1,52 meter achter de flyballbox. Tijdens de wedstrijd, behalve tijdens de
opwarming, mag er geen materiaal op de grond liggen in deze zone tussen de flyballbox en de
afbakening. Deze wand wordt zodanig geplaatst om te vermijden dat gemiste ballen te ver rollen, maar
zo dat de goede observatie van de jury niet gehinderd wordt.
(g) De minimale afmeting van een flyballring bedraagt 40 meter lang en 10 meter breed.
SECTIE 1.07 STARTVERGUNNINGEN EN VRIJSTELLING VAN SPRONGHOOGTE
(a) Elke hond die wenst deel te nemen voor een Belgische vereniging aan een flyballwedstrijd onder
auspiciën van de K.K.U.S.H. dient op het secretariaat van Sectie 5C een startvergunning en bijbehorend
nummer aan t e vragen. Na deze aanvraag wordt het startnummer toegekend.
(b) Door een vergunning aan te vragen, en bij elke inschrijving, verklaart de eigenaar van de hond dat deze
fysiek in goede gezondheid verkeert en in staat is om aan flyballwedstrijden deel te nemen.
(c) Bij de startvergunning is vermeld voor welke erkende vereniging van de K.K.U.S.H. de hond deelneemt
aan de competitie. Overgangen kunnen vrij gebeuren tijdens de maanden februari en juli, mits
schriftelijke opgave door de eigenaar van de hond. Buiten deze periode is een overgang enkel mogelijk
mits een schriftelijke wederzijdse overeenkomst tussen de beide verenigingen, en mits deze aanvraag bij
het secretariaat minstens één maand voor de wedstrijd waaraan men wilt deelnemen wordt ingediend.
(d) Van het voorbeen van de hond wordt de lengte van de ellepijp (ulna) gemeten van de elleboog tot aan
het pisiform-been (bijlage 3) en dit met de voet in een hoek van 90°. Honden waarvoor men een
spronghoogte lager dan 32.5 cm wilt bekomen, zullen tijdens twee officiële meetmomenten op dezelfde
spronghoogte dienen gemeten te worden, alvorens deze hoogte definitief toegekend wordt. Op elk
meetmoment dienen minimaal twee scheidsrechters op dezelfde hoogte gemeten te hebben. In geval dat
de twee aangeduide scheidsrechters er niet in slagen om tijdens het meetmoment op dezelfde
spronghoogte te meten dient een derde scheidsrechter uitsluitsel te brengen. Mocht er geen derde
scheidsrechter beschikbaar zijn, zal de hond tijdens de actieve wedstrijd op de laagste spronghoogte
mogen lopen, maar wordt de meting niet meegeteld voor het verkrijgen van de vrijstelling. Op de beide
meetmomenten geldend voor de vrijstellingen, dienen er steeds minimaal drie verschillende
scheidsrechters gemeten te hebben waarvan maximaal één scheidsrechter is aangesloten aan dezelfde
vereniging als waar de gemeten hond bij is aangesloten.
(e) Tijdens de meting mag slechts één geleider per hond toegelaten worden in de zone waar gemeten wordt.
Indien een hond niet kan gemeten worden door de betrokken scheidsrechters, zal de hond de maximale
spronghoogte va n 32.5 cm voor de wedstrijd in kwestie toegekend krijgen. De spronghoogte wordt
bepaald aan de hand van de lengte van de ellepijp volgens onderstaande tabel. Bij een lengte van de
ellepijp exact gelijk aan de grens zal steeds de laagste spronghoogte toegekend worden, bv. Een ellepijp
van 12,5 cm geeft een spronghoogte van 20 cm, een ellepijp lengte van 12,6 geeft een spronghoogte van
22.5 cm. Bij twijfel zal steeds in het voordeel van de hond beslist worden, dus naar de laagste
spronghoogte.
ULNA LENGTE SPRONGHOOGTE
15 cm
10,00 cm --
17,5 cm
11,25 cm --
20 cm
12,50 cm --
22,5 cm
13,75 cm --
25,0 cm
15,00 cm --
27,5 cm
16,25 cm --
30,0 cm
17,50 cm --
32,5 cm
(f) Op het secretariaat van de Sectie 5C zal een volledige gegevensbank bijgehouden worden met alle
registraties, uitslagen van alle geregistreerde teams, evenals van de metingen per hond.
(g) Erkende verenigingen dienen in te schrijven onder de naam van de eigen vereniging, met
erkenningsnummer van K.K.U.S.H.. Desgewenst kunnen zij wel diverse teams onder andere namen
inschrijven, zolang onbetwistbaar duidelijk is welk team bij welke vereniging hoort. Alle teamnamen
dienen trouwens eveneens officieel aangevraagd te worden op het secretariaat, waarna ze een
teamnummer krijgen. Deze zijn noodzakelijk voor het bijhouden van statistieken en ranglijsten per
team.
(h) Voor elke vrijgestelde hond, kan de eigenaar minimaal vijf dagen voor de meting op schriftelijke wijze
éénmalig een hermeting aanvragen bij de Sectie 5C. De Sectie zal dan aanwijzen wie er waar zal meten,
en het resultaat van deze meting is dan altijd definitief. Indien bij een hermeting tijdens een
meetmoment een afwijkende spronghoogte wordt vastgesteld, geldt dit voor de actieve wedstrijd, maar
dient dit nog bevestigd te worden op een tweede meetmoment volgens de regel beschreven in (d).
SECTIE 1.08 DEELNAME
(a) Deelname aan Flyballwedstrijden staat open voor alle honden die een flyballstartvergunning hebben
aangevraagd en de daaraan verplichte kosten betaald hebben. Deelnemende honden dienen minstens 18
maanden oud te zijn op de dag van de wedstrijd. Elke hond dient gechipt te zijn, en elke geleider dient
lid te zijn van een vereniging die erkend is door de N.K.O. die op haar beurt erkend is door het F.C.I..
(b) Het wordt aangenomen dat alle honden en geleiders op een behoorlijke manier getraind zijn, opdat ze
een flyballwedstrijd op een veilige manier kunnen afwerken.
(c) Elke geleider dient zich behoorlijk te gedragen. Brutaal gedrag t.o.v. de hond of aanwezige personen zal
leiden tot een onmiddellijke uitsluiting én eventuele verdere sancties.
(d) Loopse teven worden niet toegelaten op en rond het terrein van een flyballwedstrijd. Teven waarvan
aangetoond kan worden dat ze drachtig zijn, mogen eveneens niet deelnemen aan wedstrijden.
(e) Het is de organisator of een actieve scheidsrechter steeds toegelaten om het chipnummer van een
deelnemende hond te controleren.
SECTIE 1.09 INSCHRIJVINGEN WEDSTRIJDEN
(a) Alle inschrijvingen dienen schriftelijk voor de sluitingsdatum der inschrijvingen toe te komen bij de
organiserende club. Deze datum zal in normale omstandigheden 12 dagen voor de eerste dag van de
wedstrijd vallen. De organiserende club zal steeds een bevestiging sturen naar elke vereniging die
ingeschreven heeft met de laatste richtlijnen en met een herhaling van de deelnemende teams en
eventuele uitbreektijden.
(b) De schriftelijke inschrijvingen dienen steeds opgesteld te zijn door een erkende vereniging van de
K.K.U.S.H., met duidelijke vermelding van het erkenningsnummer. Er mogen per inschrijving
verschillende teams ingeschreven worden.
(c) Wanneer een vereniging zich inschrijft, verbindt men zich er automatisch toe om het inschrijvingsgeld
onmiddellijk te storten op rekening van de organiserende vereniging. De inschrijving wordt pas als
geldig aanzien wanneer de betaling voldaan is. Als dusdanig dient deze storting eveneens uiterlijk 1 2
dagen voor de sluitingsdatum uitgevoerd te zijn.
(d) Op het secretariaat van de Sectie 5C wordt een actuele ranglijst bijgehouden van de beste tijden van elk
team. Deze ranglijst kan men te allen tijde opvragen. Op de ranglijst wordt per team afzonderlijk
vermeld:
a. Het teamrecord
b. De snelste seizoentijd
c. De ranglijsttijd
(e) De ranglijsttijd is de snelste tijd van de laatste drie wedstrijden waaraan deelgenomen werd wordt
genomen als basistijd voor de indeling van divisies. Indien het team deze tijd niet representatief vindt,
mag men een referentietijd opgeven. Indien deze tijd trager is dan de ranglijsttijd wordt deze
automatisch een team-uitbreektijd, waar men niet onder mag lopen. Teams die niet op de ranglijst
voorkomen, dienen steeds een referentietijd op te geven bij inschrijving.
(f) Voor de ranglijst tellen officiële wedstrijden die georganiseerd worden onder de reglementen van de
KKUSH Sectie 5 C op Belgisch of Nederlands grondgebied. Tijden van 6 maanden of ouder, komen
niet in aanmerking voor de Flyballranglijst. Deze ranglijst is steeds de lijst die telt op datum van de
uiterste inschrijvingsdatum van de wedstrijd.
SECTIE 1.10 DIVISIE-INDELING
(a) De teams worden door het wedstrijdsecretariaat ingedeeld in divisies, gebaseerd op de ranglijsttijd of
een opgegeven referentietijd.
(b) Het wedstrijdsecretariaat zal bij de divisie indeling er zo goed mogelijk voor zorgen dat evenwaardige
teams in de mate van het mogelijke tegen elkaar zullen lopen.
SECTIE 1.11 SAMENSTELLING TEAM
(a) Een volledig team bestaat bij inschrijving uit maximaal zes honden, met hun geleiders, een coach en een
ballader.
(b) Per heat bestaat een team uit vier honden en hun geleiders. Eventuele reservehonden dienen buiten de
ring te staan.
(c) De samenstelling van de vier honden die de race zullen lopen, wordt voor aanvang van de eerste heat
opgegeven aan de lijnrechter.
(d) Bij eventuele wissels dient voor de start van de heat de nieuwe opstelling doorgegeven te zijn aan de
lijnrechter. Indien deze niet werd opgegeven op het moment dat de scheidsrechter de volgende heat
start, is deze automatisch verloren. Indien een heat dient herlopen te worden is het niet toegelaten om
honden te wisselen, of om de starthond te wijzigen. Enige uitzondering om toch een hond te mogen
wisselen is een blessure van de hond. Het is hierna niet meer toegestaan om de hond die is gewisseld in
de loop van de wedstrijd nog op te stellen.
SECTIE 1.12 SPRONGHOOGTE
(a) De spronghoogte van het hele team wordt bepaald door die van de kleinste hond die effectief deelneemt
aan de heat, gemeten volgens de richtlijnen in sectie 1.07 van dit reglement.
(b) De minimumspronghoogte bedraagt 15 cm en de maximumspronghoogte 32,5 cm. De totale hoogte van
de sprong is inclusief de beschermingslaag. Bij controle van de sprongen dient men de sprongen steeds
op een effen ondergrond te plaatsen. Een marge van 0,5 cm is toegelaten.
(c) Het is de verantwoordelijkheid van het team om de juiste spronghoogte in te stellen.
(d) Veteranenklasse: Vanaf dat de leeftijd van de vier jongste honden in een team, uitgedrukt in volledige
jaren, opgeteld groter of gelijk is aan 28, mag het team de spronghoogte met maximaal 10 cm verlagen,
tot een minimum van 15 cm. Wanneer de spronghoogte verlaagd werd, komt het team evenwel niet
meer in aanmerking voor een homologatie van eventuele records.
SECTIE 1.13 MIX TEAMS
(a) Het is toegelaten om deel te nemen met een team bestaande uit honden die lid zijn van meerdere
verenigingen. Hiervoor dient men bij inschrijving een team op te geven waarvan de naam duidelijk
verschilt van de gebruikelijke teamnamen en waaruit blijkt dat het om een mix team gaat.
(b) Deze teams komen in aanmerking voor de dagprijzen, maar kunnen nooit in aanmerking komen voor
eender welk algemeen klassement buiten dat van het tornooi zelf.
(c) Deelnemers in een Mix Team dienen evenwel steeds geregistreerd te zijn onder een officieel erkende
vereniging.
(d) De verantwoordelijkheid van he t team valt op de flyballverantwoordelijke van de vereniging die de
meeste honden afvaardigt.
SECTIE 1.14 BELGISCH RECORD
(a) Het Belgische record is de snelste tijd gelopen door een team geregistreerd bij Sectie 5 C op een
officieel erkende wedstrijd. Deze wedstrijd dient ingericht te zijn door een vereniging die erkend is door
de N.K.O. die op haar beurt erkend is door het F.C.I.
(b) Om geldig te zijn dienen alle regels van het F.C.I. flyballreglement strikt gerespecteerd te zijn en dient
de wedstrijd gejureerd te zijn door minimaal één jurylid dat officieel erkend is door de N.K.O. van het
land waarin de wedstrijd georganiseerd werd.
(c) Onmiddellijk na het verbeteren van het record, wordt de wedstrijd stilgelegd en dient de scheidsrechter
te controleren of alle afmetingen gerespecteerd werden:
a. Totale lengte van de baan (startlijn tot aan rand van het toestel)
b. Hindernishoogte
c. Afstelling van de flyballbox
(d) Indien deze controle niet wordt uitgevoerd, kan het record niet erkend worden.
(e) Het formulier in bijlage 5 dient volledig ingevuld te worden en bezorgd aan de Sectie 5C.
ARTIKEL II. ORGANISATIE VAN WEDSTRIJDEN
SECTIE 2.01 TAKEN VAN DE INRICHTER
Een officiële flyballwedstrijd kan uitsluitend ingericht worden door een erkende vereniging binnen sectie 5 C. Elke inrichter dient: (a) Te beschikken over een terrein dat geschikt is om een flyballwedstrijd te houden. (b) Een organisatieverantwoordelijke aan te duiden, die de eindverantwoordelijkheid waarneemt voor de organisatie van de ganse wedstrijd. Hoofdtaak van deze verantwoordelijke is de controle op het naleven van alle reglementen voor, tijdens en na de wedstrijd. Deze dient eveneens tijdens de ganse wedstrijd bereikbaar te zijn voor het wedstrijdsecretariaat en de juryleden. (c) Een uur planning op te stellen, die voor alle deelnemers zorgt voor een aanvaardbare tijdsverdeling: a. De wedstrijden mogen niet voor 8.30 h beginnen. b. De prijsuitreiking dient uiterlijk omstreeks 18.00 h gepland te worden. c. Er dient een middagpauze voorzien te worden. (d) Juryleden uit te nodigen volgens de richtlijnen. Deze scheidsrechters dienen door hun N.K.O. erkend door de F.C.I. voor Flyball erkend te zijn als scheidsrechter of jurylid. (e) Het nodige ringpersoneel uit te nodigen en te zorgen dat deze aanwezig zijn: a. Minimaal 2 lijnrechters per ring: eventueel met beurtrol per divisie b. 1 ringhulp per ring c. Minstens één persoon af te vaardigen voor het secretariaatswerk. (f) Catalogi: De catalogus wordt door de organiserende vereniging opgesteld volgens de algemene inrichtingsreglementen van de K.K.U.S.H.. a. De voorpagina van de catalogus dient verplichtend in een kader van 8x5cm te bevatten: De naam van de organiserende club met aansluitingsnummer K.K.U.S.H. of hun N.K.O., de datum van de organisatie en het type wedstrijd (behorend tot Sectie 5C) en een kort overzicht van het aantal ingeschreven teams per divisie. Op de voorpagina staan eveneens de namen van alle erkende juryleden die zullen fungeren op deze wedstrijd. b. Op de tweede pagina dient er een overzicht te staan met alle ingeschreven erkende verenigingen, met vermelding van het erkenningnummer K.K.U.S.H., de verantwoordelijke per vereniging, en de namen van alle teams die voor deze vereniging zijn ingeschreven. De catalogus dient een volledige adressenlijst van alle individuele deelnemers te bevatten. Indien er extra catalogi ter beschikking gesteld worden van deelnemers, wordt deze adressenlijst niet toegevoegd.
c. Verder dient alle informatie in verband met het verloop van de wedstrijd duidelijk vermeld te
worden, zoals ringverdeling, tijdsverloop, planning van de dagdelen, etc.
d. Wanneer de catalogus definitief is samengesteld kunnen er geen teams meer toegevoegd of
geschrapt worden. Het is evenwel toegelaten om aan de opstellingen binnen de teams nog
wijzigingen door te voeren tot een half uur voor aanvang van de wedstrijd.
e. De inrichters zullen een catalogus en de uitslagen opsturen naar de K.M.S.H., de K.K.U.S.H. en
het secretariaat van Sectie 5 C, uiterlijk 14 dagen na de wedstrijd. Elk opgestuurd exemplaar van
de catalogus en uitslag dient door één van de ambterende juryleden op elke pagina ondertekend
te worden. Alle juryleden ondertekenen achter hun naam in de catalogus. De organiserende club
dient eveneens één getekend exemplaar bij te houden voor de eigen archieven. De getekende
catalogi mogen ingescand en digitaal verstuurd worden.
SECTIE 2.02 TAKEN VAN DE SCHEIDSRECHTER
(a) Voor de wedstrijd zal de aangeduide scheidsrechter voor de hoogste divisie die op een ring actief is,
eventueel geassisteerd door de organisatieverantwoordelijke de opstelling van het terrein nameten en
controleren op eventuele onregelmatigheden. Ze controleren eveneens de hindernissen en de
tijdinstallatie.
(b) De scheidsrechters die aangewezen werden door de organiserende vereniging zullen voor de wedstrijd
de meting van de honden die een vrijstelling wensen te verkrijgen uitvoeren.
(c) De scheidsrechter stelt zich op aan de zijde van de startzone, tussen de beide banen. Hij stelt zich
zodanig op dat hij zowel de lopende honden als de wachtende honden en geleiders goed kan observeren,
zonder echter deze te hinderen.
(d) Na aankomst van de heat, duidt de scheidsrechter met een duidelijk gebaar het winnende team aan. Bij
twijfel raadpleegt hij de lijnrechters en neemt daarna zijn beslissing.
SECTIE 2.03 TAKEN VAN DE LIJNRECHTERS
(a) De lijnrechters bevinden zich ter hoogte van de startlijn aan de buitenzijde met het gezicht naar elkaar
gericht. Ze dienen zowel te zorgen voor de tijdwaarneming, als het bepalen van de aankomstvolgorde,
als het aanduiden welke honden dienen te herlopen. Hun verantwoordelijkheid strekt zich enkel tot hun
eigen baan.
(b) Indien de lijnrechter niet akkoord is met de winstaanduiding van de scheidsrechter, dient hij dit op een
discrete manier te melden aan de scheidsrechter. De eindbeslissing ligt bij deze. De lijnrechter noteert
op het scoreblad zowel de tijd, als de winst, verlies of gelijkspel. Indien het team sneller loopt dan de
UBT of NBO, wordt de tijd genoteerd maar wordt duidelijk BO of NBO op het formulier vermeld.
(c) De lijnrechter geeft een duidelijk signaal wanneer een hond wegens een fout dient te herlopen. Het is
aan de geleider om dit signaal op te merken en ervoor te zorgen dat de hond het parcours opnieuw
aflegt. Wanneer een team een volledige race beëindigde kan de scheidsrechter het herlopen van het
andere team steeds beëindigen met een fluitsignaal. Mogelijke fouten die automatisch leiden tot
herlopen:
a. De eerstlopende hond overschrijdt de startlijn alvorens het definitieve startsignaal is gegeven.
b. Te vroege wissel. De volgende hond mag met geen enkel lichaamsdeel de start/finishlijn
overschrijden alvorens de vorige hond met enig lichaamsdeel aan de finishlijn aankwam.
c. Het niet overspringen van één of meerdere hindernissen in de juiste volgorde.
d. Wanneer de hond de finishlijn overschrijdt zonder de bal in de bek te houden.
e. Wanneer de geleider de start/finishlijn overschrijdt, behalve om omvergevallen sprongen recht te
zetten of verloren ballen op te rapen.
(d) Tijdopname
a. Bediening elektronisch jureringsysteem voor de t oegewezen baan.
b. Zichtbare controle van de lopende hond en wissels, in geval van betwisting elektronisch
jureringsysteem of bij fouten onmerkbaar voor het elektronisch jureringsysteem.
SECTIE 2.04 TAKEN VAN DE BOXRECHTERS
(a) Elk team dient in de volgende race te zorgen voor een boxrechter die op de hoogte is van het
flyballreglement.
(b) De boxrechter kijkt erop toe dat de hond of ballader in de zone tussen de laatste sprong en de flyballbox
geen fouten maken.
(c) Indien zij een fout opmerken, signaleren ze dit door het opsteken van de vlag.
(d) Mogelijke fouten zijn o.a. een defecte box, een foutieve houding, het niet in werking stellen van de box
door de hond, te laat laden van de box, enz.
SECTIE 2.05 TAKEN VAN HET WEDSTRIJDSECRETARIAAT
(a) Het wedstrijdsecretariaat ontvangt alle inschrijvingen, en controleert of deze inschrijvingen correct zijn.
Ze oefenen eveneens de nodige controle uit op startvergunningen, geboortedata en erkenningen van de
verenigingen.
(b) Ze zorgen voor aanvang van de wedstrijd voor het opstellen van de catalogus, volgens de geldende
regels.
(c) Op basis van de tijden op de ranglijsten, referentie -en uitbreektijden zal het wedstrijdsecretariaat de
divisies op een sportieve manier indelen. Zij dienen naar best vermogen deze indeling op te stellen zodat
de tijdsindeling van de wedstrijd optimaal kan verlopen.
(d) Na de wedstrijd zorgt het wedstrijdsecretariaat voor de volledige opstelling van de uitslagen en
ondertekening door de juryleden. Ze zorgen eveneens voor het versturen van de uitslagen naar de
nationale instanties volgens de geldende regels, en zorgen ervoor dat de nodige catalogi en resultaten ter
beschikking gesteld worden van de deelnemers.
SECTIE 2.06 ALGEMENE WEDSTRIJDREGELS
(a) Opwarming en aantreden.
a. De organisatie bepaalt de maximum tijdspanne die mag besteed worden aan het opstellen en
opwarmen per ploeg. Deze tijdspanne gaat in vanaf het voorgaande team de flyballbox heeft
weggenomen. De organisatie zal deze maximum tijdspanne bepalen in functie van het aantal te
lopen races en het tijdschema. Als algemene regel geldt dat er tussen elke race 2 minuten tijd
voorzien wordt voor opstellen en opwarmen, maar hiervan mag de organisatie dus afwijken,
zowel in plus als in min. Enkel honden die op het wedstrijdformulier staan, worden toegelaten
om op te warmen.
b. Indien na deze periode één team volledig klaar is voor de start, en van het andere team nog
niemand verschenen is, zal het team dat klaar staat automatisch als winnaar van alle te lopen
heats aangenomen worden. Evenwel dient het winnende team wel het minimum aan mogelijke
heats te lopen.
c. Wanneer voor het verlopen van de opwarmingstijd, een teamlid aan de SR een eventuele reden
van vertraging opgegeven heeft, kan de SR beslissen om een bepaalde tijd te wachten. De SR is
nochtans niet verplicht om te wachten op een andere ploeg. Indien er op een gedeelte van een
ploeg gewacht wordt, dienen de aanwezige ploegleden wel reeds alles in gereedheid te brengen
zodat onmiddellijk kan gestart worden wanneer de ploeg voltallig is.
(b) Storingen
a. Storen wordt gedefinieerd als een hond van het andere team belemmeren om de heat te lopen.
b. Als een hond of een teamlid het andere team stoort tijdens een heat, verliest het team dat de
storing veroorzaakte de heat. Dit geldt voor storing op de gehele ring, dus ook in de
uitloopzone.
c. Een hond die een verloren bal achtervolgt aan de zijde van de tegenstander is niet noodzakelijk
storend.
d. In het geval van storingen:
i. Zal de scheidsrechter een overwinning toekennen aan het gestoorde team ii. Het wordt zowel aan de gestoorde als aan de storende hond toegestaan om een individuele herstelrun uit te voeren. iii. In geval van speed trials is het voor het gestoorde team toegelaten om een aparte heat te lopen om toch nog een tijd te kunnen bekomen. e. Indien een hond tweemaal stoort in dezelfde race dient de hond verplicht vervangen te worden. Het is eventueel toegelaten om de hond een volgende race opnieuw in te zetten, maar dan dient deze na een eerste storing vervangen te worden. Mocht er geen hond beschikbaar zijn om te vervangen, dient de storende hond als laatste hond te lopen en mag deze pas starten wanneer het andere team is aangekomen. f. De scheidsrechter kan te allen tijde een heat affluiten wanneer hij dit noodzakelijk acht en een team als winnaar aanduiden. g. Het werpen van ballen of andere motivatiespeeltjes voor de terugkerende hond binnen de zone van de aankomstlijn tot 15,55 meter verder, zal te allen tijde als storend aanzien worden en is als dusdanig verboden, zowel tijdens de opwarming als tijdens de race. Het is eveneens verboden om voedsel of piepende speeltjes mee op het terrein te brengen. Gewoon water is eventueel wel toegestaan. (c) Op de wedstrijdformulieren dient verplichtend steeds vermeld te zijn: a. Naam van het team en erkenningnummer K.K.U.S.H. b. Naam van de coach c. Naam en startvergunningnummer van elke hond, met duidelijke vermelding welke hond welke heat liep d. Hindernishoogte van elke hond e. Naam van elke geleider per hond (d) Start: De start wordt hetzij visueel, hetzij akoestisch, hetzij d.m.v. een combinatie van beide gegeven. Elke start wordt voorafgegaan door minimaal twee duidelijke signalen van elk één seconde. De eerste hond mag bij het definitieve startsignaal met geen enkel lichaamsdeel de startlijn overschreden hebben. In geval van een valse start dient de eerste hond te herlopen. (e) Oefenstart : Enkel bij hun eerste vier races van een tornooi, bij het binnenkomen van de ring, mogen teams een oefenstart aanvragen aan de scheidsrechter, en dit voor het einde van de opwarmingstijd. De oefenstart zal plaatsvinden onmiddellijk na de opwarmingstijd vlak voor de start van de eerste heat. Slechts één hond per team mag meelopen in de oefenstart en er zijn geen bijkomende hulpmiddelen toegelaten tijdens de oefenstart. (f) Wissels: Wanneer de volgende hond de startlijn overschrijdt, dient de voorgaande hond reeds met enig lichaamsdeel de finishlijn overschreden te hebben. (g) Elke hond springt over de vier hindernissen, zet het mechanisme van de flyballbox in werking en vangt de bal uit het apparaat. Vervolgens keert de hond over de vier hindernissen terug en brengt de bal mee tot over de finishlijn. Bij enige fout, mag de hond herlopen om de fout(en) te herstellen tot er foutloos gelopen wordt, of tot de SR de heat beëindigt. Herlopen gebeurt steeds nadat de vier honden gelopen hebben, en in de volgorde dat de honden gelopen hebben. (h) Tijdens de heat is er slechts één persoon toegelaten als ballader. Behalve tijdens de opwarming, om een verloren bal op te rapen of om een nieuwe lading ballen tussen de heats te laden, moet deze steeds in een rechte positie achter de box te blijven staan. De ballader mag de honden enkel met de stem aanmoedigen, zolang het de tegenpartij niet stoort. Voor de hond over de laatste hindernis springt, moet de ballader rechtop staan met de ballen uit het zicht van de honden. Uit respect voor de tegenstander, dient de ballader op zijn plaats te blijven totdat de scheidsrechter het resultaat van de heat heeft aangegeven. Mocht de ballader in de fout gaan, kan de scheidsrechter de heat verloren verklaren. Ingeval van een technisch falen van de flyballbox, kruist de ballader zijn armen in een “X” of neemt hij plaats voor de flyballbox. Hierna legt het jurylid de race stil, en controleert de flyballbox. Indien het jurylid een technisch mankement vaststelt, zal de heat herlopen worden. Indien het jurylid geen aanduiding voor het slecht functioneren van de flyballbox kan vaststellen, wordt de ronde verloren. Indien de flyballbox voor de tweede keer in dezelfde race niet meer functioneert, wordt die heat als verloren beschouwd.
(i) Indien een deelnemende hond de ring tijdens een heat bevuilt, zal de heat rechtstreeks verloren worden.
Gebeurt dit voor de aanvang van een heat, zal de volgende heat verloren zijn. Wanneer dit gebeurt na
een race, zal de eerste heat van de volgende race automatisch verloren zijn. Deze heat dient evenwel
gelopen te worden, ook als het resultaat reeds op voorhand bepaald werd.
(j) In geval een sprong omvalt om welke reden dan ook, dienen de honden de sprong te nemen als of deze
recht zou staan. De situatie dient evenwel steeds door de scheidsrechter beoordeeld te worden op vlak
van veiligheid, en deze kan steeds beslissen om de heat te herlopen. In elk geval, indien er enig risico
is, zal de heat steeds gestopt en herlopen worden.
(k) Uitbreektijden: De divisie-uitbreektijd is steeds de snelste tijd in elke divisie, minus een halve of één
seconde. Indien de snelste plaatsingstijd van de divisie gelijk of kleiner is dan 20”, wordt een halve
seconde afgetrokken. Indien de snelste plaatsingstijd groter is dan 20” wordt één seconde afgetrokken
ter bepaling van de divisie-uitbreektijd. Bij de snelste divisie zal er geen uitbreektijd gelden. Wanneer
een team sneller loopt dan een uitbreektijd verliest men automatisch deze heat. Wanneer dit tweemaal
voorvalt tijdens dezelfde wedstrijd, zullen alle gelopen heats vanaf dat moment verloren verklaard
worden. Men mag evenwel blijven verder lopen, totdat men uitgeschakeld is.
(l) Bij forfait van een team voor de wedstrijd, komen alle races van dit team te vervallen, en krijgen de
tegenstanders voor deze races telkens een WIN. Wanneer deze forfait voorvalt tijdens de wedstrijddag,
dienen de teams die nog tegen het forfait gevende team moeten uitkomen, hun race zonder tegenstander
af te werken. Dit geldt enkel voor het bewuste wedstrijddeel, dus wanneer ’s ochtends halverwege de
RR forfait wordt gegeven, komen de races in de namiddag te vervallen voor alle teams. Wel dient het
reglement van minimaal 15 heats gerespecteerd te blijven. Dus bij een divisie met slechts vier teams,
zou het kunnen dat beslist wordt door de organisatie om wél te moeten lopen zonder tegenstander.
(m) Binnen de ring mogen er per race maximaal tien personen per team aanwezig zijn. Hiervan mogen
maximaal twee mensen zich achter de LR binnen de omheining bevinden. Deze mogen de LR nooit
storen en kunnen steeds door de lijnrechter verzocht worden stil te zijn of om zich te verwijderen. Na
verwittiging en bij herhaling kan de scheidsrechter hiervoor heats verloren verklaren.
(n) Naast de geleider mag geen enkele andere persoon de hond helpen, behalve met de stem, om het traject
af te leggen. Een bijkomende persoon om de hond in de uitloopzone op te vangen of de hond mee te
motiveren voor het lopen is toegelaten mits het maximumaantal personen in de ring niet overschreden
wordt. Een extra persoon die de hond naar de sprongen toe begeleidt of die naast de hond loopt is niet
toegelaten, zelfs indien deze persoon zich buiten de ring bevindt. In geval van een eerste fout, zal de
scheidsrechter een waarschuwing geven, bij elke volgende overtreding resulteert dit in het verlies van de
heat.
(o) Wanneer de bal terug in het toestel valt bij het opvangen van de bal door de hond, dan mag de ballader
het apparaat terug in werking stellen zonder dat de hond hiervoor moet herlopen. In dit enige geval mag
de ballader aanwijzingen geven aan de hond en het apparaat terug in werking te stellen.
ARTIKEL III. SOORTEN VAN WEDSTRIJDEN
SECTIE 3.01 ROUND ROBIN (RR)
(a) Elk team loopt binnen de eigen divisie tegen elk ander team. Voor elke winst worden 2 punten
toegekend, gelijkspel verdient 1 punt, en bij verlies scoort men geen punten. De eindwinnaar van de
Round Robin is dat team met de meeste punten. Bij gelijk aantal punten, wint de ploeg met de snelste
tijd. Indien deze tijd ook gelijk is, wordt de volgende snelste tijd in acht genomen, etc.
SECTIE 3.02 SPEED TRIAL (ST)
(a) Elk team loopt binnen de divisie tegen een ander team. In het algemeen dient men niet tegen elk team in
de divisie uit te komen. Na verloop van de benodigde wedstrijden, wordt het klassement opgesteld
volgens de snelste tijd van elk team.
(b) In geval van gelijkheid, wordt gekeken naar de volgende snelste tijd, etc.
SECTIE 3.03 ENKELE (SE) OF DUBBELE ELIMINATIE (DE)
(a) Bij enkele eliminatie wordt de verliezer uitgeschakeld, en gaat de winnaar door naar de volgende ronde.
(b) Bij dubbele eliminatie krijgt de verliezer nog één herkansing, alvorens uitgeschakeld te worden.
SECTIE 3.04 BEKER FORMAT
(a) Het beker format wordt getypeerd door een groepsfase, waarin de teams aanvankelijk in poules verdeeld
worden.
(b) Er wordt eerst een round robin gelopen, waarvan de uitsl ag bepalend is voor een herverdeling van de
divisies voor de verdere eliminaties. Voor het bepalen van deze divisies kunnen zowel de plaats binnen
de divisie als de snelste tijd bepalend zijn.
SECTIE 3.05 AANTAL HEATS
(a) Het aantal te lopen heats per race wordt aan het begin van de wedstrijd medegedeeld. Dit aantal kan,
indien noodzakelijk voor het goede verloop van de wedstrijd, in de loop van de wedstrijd gewijzigd
worden, mits unanieme goedkeuring van de coaches van alle deelnemende teams. Voorbeelden van
vaste wedstrijdformaten:
a. 3- heats-race: Er worden drie heats gelopen per race
b. 5- heats-race: Er worden vijf heats gelopen per race
c. best of 3: De race is ten einde wanneer één ploeg twee heats gewonnen heeft. Eventueel kan
beslist worden om altijd drie heats te lopen.
d. best of 5: De race is ten einde wanneer één ploeg drie heats gewonnen heeft.
Meestal wordt bij RR of ST gelopen in een 3 of 5-heats-race. Bij eliminaties is het meestal een “best
of ”.
(b) Elk deelnemend team dient de kans te krijgen om minimaal 15 heats te lopen gedurende de ganse
wedstrijd.
(c) Een verkorte versie van 12 heats kan in volgende uitzonderlijke gevallen toegestaan worden :
a. Meer dan 21 ingeschreven teams voor een wedstrijd met 1 ring
b. Meer dan 32 ingeschreven teams voor een wedstrijd met 2 ringen
c. Of als de voorspelde maximumtemperatuur bij aanvang van de wedstrijd hoger dan 25°C
bedraagt.
ARTIKEL IV. BESCHRIJVING MATERIAAL
SECTIE 4.01 SPRONGEN……………………………………………………………………………………………………………………………………………….
(a) De inrichter zorgt voor elke baan voor een set van 4 sprongen, in perfecte staat en de nodige
reservesprongen. Per ring dienen de twee sets een verschillende kleur te hebben (bij voorkeur rood en
blauw). De binnenzijde van alle sprongen dient wit te zijn.
(b) Elke sprong is aan de binnenzijde 77cm breed (met een maximale afwijking van 1 centimeter) en de
staanders zijn niet hoger dan 90cm en niet lager dan 60cm.
(c) De sprongen worden gemaakt in een materiaal, waarbij de kans op blessures tot een minimum dient
herleid te worden. Aan de bovenzijde van elke sprong kan een zachte beschermingslaag aangebracht ter
bescherming van de honden.
(d) De sprongen zijn instelbaar per 2.5 cm, met een minimum hoogte van 15 cm en een maximum hoogte
van 32,5 cm.
(e) Ongeacht de ingestelde hoogte, dient de bovenste lat steeds een lat te zijn van 2.5 cm.
SECTIE 4.02 FLYBALLBOX (ZIE BIJLAGE 2)
(a) Elk team dient zelf voor een eigen Flyballbox te zorgen. Het toestel dient in perfecte staat te zijn, en op
een veilige manier bediend te kunnen worden. De box dient aan de volgende reglementen te voldoen:
a. Het toestel dient uitgerust te zijn met een uitsluitend mechanisch mechanisme. Wanneer het
mechanisme in werking gaat, dient de bal over een afstand van tenminste 60 cm van waar de bal
is bevestigd in vrije lucht in de richting van de startlijn te vliegen.
b. De Flyballbox mag niet groter zijn dan de volgende afmetingen LxBxH = 77x77x51 (een
eventueel verlengstuk als trede voor de ballader wordt hierbij extra toegelaten). De box mag
deze afmetingen op geen enkele moment tijdens de wedstrijd overschrijden, inclusief eventuele
aanhangsels aan de box. Bijkomend materiaal om de box mee vast te maken is toegelaten, maar
deze mogen de box nooit met meer dan 1.25 cm verhogen.
c. De flyballbox mag op de volledige frontzijde geen enkele scherpe rand of uitsteeksel vertonen
waaraan de hond zich zou kunnen kwetsen. Het aanbrengen op de frontzijde van de box, zowel
tijdelijk als permanent, van enige toevoeging dat kan beschouwd worden als een mogelijk
trainingshulpmiddel, is niet toegestaan. Tape of een gedeeltelijke beschildering op de voorkant
van de box wordt toegestaan zolang het oppervlak vlak blijft.
d. Scheidsrechters mogen steeds een box onveilig en als dusdanig onbruikbaar verklaren.
SECTIE 4.03 BALLEN
(a) Alle gebruikte ballen dienen te botsen en te rollen zoals een tennisbal doet in normale toestand.
(b) Ballen mogen nooit uitgerust zijn met enige geluidmaker
SECTIE 4.04 TOEBEHOREN
(a) De honden mogen een vaste halsband of een tuigje zonder toebehoren dragen.
(b) Sliphalsbanden, prikbanden, stroombanden en dergelijke zijn niet toegelaten op het wedstrijdveld.
(c) Verstevigingstape aan de poten van de honden mag gebruikt worden.
Voor de interpretatie van deze tekst is de Nederlandstalige tekst bindend.
BIJLAGE 1 – Opstelling van Ring
BIJLAGE 2 – Flyballbox
BIJLAGE 3 – Meting
BIJLAGE 4 – Technische beschrijving Box Fixatie Kader
BIJLAGE 5 – Invulformulier bij verbetering Belgisch Record
Opdat het record kan erkend worden, dienen alle regels van KKUSH
Flyball gevolgd te worden, in bijzonder sectie 1.
Datum: ................... Naam wedstrijd, plaats, land : ........................................................
Ring nr.: ......... Divisie: ......... Race nr: ......... Heat nr: ......... Oppervlakte: .......................
Scheidsrechter : ......................................... Verantwoordelijke organisatie: ..............................
Gelopen Tijd: ....... ......
Team: ................................................... KKUSH vereniging: ......................... .........................
KKUSH nr: ......................... .........................
Spronghoogte (cm): ............. Coach: ........................... Boxlader: ..............................
Naam Hond Ras
Sprong
Hoogte
Licentie
N°
Geleider
Ter controle van het record heeft de scheidsrechter onderstaande zaken
gecontroleerd :
Afmetingen terrein Afstelling Flyballtoestel
Lengte Baan Afstand afgelegd traject bal
Hoogte Hindernissen Positie toestel
Uitlijning EJS Afmetingen toestel
Andere : ................................................................
Hierbij verklaar ik, ....................................., vanuit mijn hoedanigheid als KKUSH scheidsrechter flyball,
dat aan alle voorwaarden volgens artikel 1.14 is voldaan, en ik dit persoonlijk gecontroleerd heb.
Volledige naam: .........................................................................
Handtekening: .........................................................................
Hierbij verklaar ik, ....................................., vanuit mijn hoedanigheid als organisatieverantwoordelijke, dat
dit formulier werd ingevuld in overeenstemming met de werkelijkhe id, correct en waarheidsgetrouw.
Name: .........................................................................
Signature: .........................................................................
Dit formulier dient volledig ingevuld bezorgd te worden aan het secretariaat van de Sectie 5C. Het record wordt pas gehomologeerd na goedkeuring door de Sectie 5C.